Parket 20 – 22 mm
Parket van 20 tot 22 mm dik werd tot halverwege de twintigste eeuw veelvuldig gebruikt. Het werd aangebracht op de balken die van muur tot muur lopen. Dit leidde ertoe dat het parket minimaal 2 cm dik moest zijn. De delen hebben een messing-en-groef verbinding en zijn smal (circa 7 cm) of afwisselend van breedte. Bij een reeds aanwezige draagvloer wordt parket van 20 tot 22 mm tegenwoordig gelijmd of zwevend gelegd. Het is mogelijk om een verhuis baar systeem te gebruiken, Waarbij de delen onderling zijn verbonden met clips.

Voordelen
• Direct op de balklaag te spijkeren, dus geen draagvloer nodig;
• Zelf te leggen (kant-en-klare uitvoering);
• Lange levensduur.

Nadelen
• Gevoelig voor verschillen in luchtvochtigheid (naadvorming en uitzetten);
• Schotelen niet uitgesloten;
• Zwelruimte van 1,5 cm rondom nodig;
• Duurder dan andere systemen;
• Loopgeluid bij een los gelegde vloer en een plaatselijk hol geluid bij een gelijmde vloer;

Bijzonderheden
Parket van 20 tot 22 mm lijkt door zijn massieve samenstelling voor de leek soms de beste keuze. Parket wordt echter niet beter naarmate het dikker is. Vaak wordt vergeten dat dit onafgewerkte product veel werk met zich meebrengt voordat de vloer gebruiksklaar is. De planken moeten worden gelegd, geschuurd en afgewerkt. Dit leidt tot bijkomende kosten voor lijm, lak schuurmaterialen enzovoorts. Het is veiliger om bij parket te kiezen voor een kant-en-klaar systeem, omdat het resultaat dan vaak beter beantwoord aan de verwachtingen van de consument.