Watergedragen lakken

Algemene informatie
• Lees de gebruiksaanwijzingen van oplosmiddelarme producten goed en volg de aanwijzingen strikt op.
• Vertel de klant dat parketteurs nog maar uit een beperkt aantal producten mogen kiezen. Vertel duidelijk welke kwaliteit hij derhalve mag verwachten.
• Bereid de klant erop voor dat bij het leggen van een parketvloer een ‘uitloop’ van enkele dagen nodig is. Zo creëer je de spelling die je nodig hebt bij ongunstige weeromstandigheden (zoals vochtig weer in de zomer).
• Vertel de consument dat grote vochtverschillen in huis tot problemen kunnen leiden (bijvoorbeeld ‘schotelen’: de vorming van naden door krimp en zwelling). Dit geldt altijd voor parket, dus niet alleen bij het gebruik van oplosmiddelbare producten.
• Meet voor het waterlakken de relatieve luchtvochtigheid (r.v.) en registreer deze. Een luchtvochtigheid tussen de 55% en 65% is ideaal. Bij lakken (ter plaatste gaan lakken) moet de temperatuur bij voorkeur beneden de 25 graden Celsius zijn.
• Kies voor een zeer matte lak (glansgraad 15) om het uiterlijk van olie te benaderen.
• Wees voorzichtig met de combinatie van watergedragen beits en lak. Neem eerst een proef en kies voor een watervaste beits.

Lak aanbrengen
• Breng de lak aan met een roller en niet met een Taskitrekker.
• Zet geen druk op de roller, maar laat de roller het werk doen (in verband met een baaneffect).
• Breng de lak vol op (niet te schraal). Dit voorkomt te snelle aan droging, een baaneffect, een sinaasappeleffect en een te geringe slijtweerstand. Houd wel het aanbevolen verbruik per m2 aan. Vooral de eerste laag is bepalend voor aanzetten (strepen in de lak).
• Werk ‘nat-in-nat’ in blokken om zichtbare aanzetten te voorkomen.
• Rol eerst in de lengte van der nerf, dan in de breedte en dan nogmaals in de lengte.
• Let met name op ‘aanzetten’ bij te warm of te droog weer (een temperatuur hoger dan 25 graden Celsius of een r.v. van minder dan 50%).
• Verwijder een overmaat aan lak met een kwast uit de vellingranden (groeven).
• Bij gevoelige houtsoorten als basralocus, kambala en robijn moet je een speciale grondlak aanbrengen. Zodra deze handdroog is, moet je de vloer bij voorkeur lakken met tweecomponetenlak. Daarna laat je de vloer goed drogen. Met een nieuw slijpnet 120 moet je vervolgens tussenschuren en de vloer stofvrij maken.
• Bij waterlakken moet je er vooral op letten dat de eerste laag nat op nat wordt aangebracht, anders is de kans op aanzetten zeer groot. (schuur eerst met korrel 40-60, 80 en 100 en eindig met slijpnet 120 bij het lakken).
• Er zijn lakken op de markt die een zeer matte uitstraling hebben. Zij worden ook wel ‘invisible lak’ genoemd. Deze lakken worden doorgaans niet met polish behandeld, maar alleen met reiniging voor gelakte vloeren. De kans is hierdoor groot is dat de vloer is dit ongeveer 5 jaar na het leggen. De vloer vergt dus bijna geen onderhoud, maar heeft een kortere levensduur dan gemiddeld.

Droogtijden en planning
• Vertel de consument bij vochtig weer in de winter dat stoken noodzakelijk is om de vloer te laten drogen. (Dit is bij vochtig weer in de zomer niet mogelijk.)
• De ideale droogtemperatuur ligt tussen de 18 en 22 graden Celsius. Het minimum is 15 graden Celsius.
• Meet de vochtigheid van de omgeving lucht en de vloer. De ideale r.v. is 55% tot 65%. (Het maximum is 70%.) Het ideale vochtgehalte van de vloer is 9% tot 11%.
• Zorg voor voldoende ventilatie. De lucht moet in beweging blijven. Gebruik een langzaam draaiende ventilator in dode hoeken. Let op dat je niet te veel ventileert. Met name plaatselijke ventilatieverschillen leiden tot glansverschillen in de lak. Pas ook op met open deuren, in verband met het inwaaien van zand.
• Scherm zonnestraling zo mogelijk af om de kans op een ongelijkmatige droging en glansverschillen te verkleinen.
• Breng op dag één grondlak en de eerste laklaag aan. De volgende dag kun je de volgende laklaag aanbrengen. De grondlaag lak je in rechte banen nat op nat. Je kunt niet dwars grondlakken. De grondlaag moet je in één keer doorlakken. Je kunt tussentijds niet stoppen.
• Als je hout met ammoniak rookt, moet je wachten met lakken tot alle ammoniak uit het hout is getrokken. Je kunt het hout dus beter niet ter plekke roken.